Een oproep in de krant.
Een oproep in de krant.

De Peel herrijst: de kwestie Verkouteren

Algemeen 552 keer gelezen

Alle verhalen uit onze (na)oorlogsrubriek De Peel herrijst zijn op termijn via onze nog te lanceren app terug te lezen. Maar dit Astense verhaal willen we Peelbelang-lezers nu niet onthouden.

In juni 1946 is er grote opschudding in Asten als het personeel van Tricotagefabriek Te Strake & Verkouteren massaal dreigt het werk neer te leggen. Niet omdat de werknemers een hoger uurloon of betere arbeidsvoorwaarden wensen, maar omdat mededirecteur Verkouteren heeft aangegeven zijn plek in de directie weer te willen innemen. Dat is tegen het zere been van de werknemers. Die vinden namelijk dat Verkouteren zich in de oorlog een aanhanger van de Duitse bezetter heeft getoond en willen daarom niet meer onder hem werken. Eén van die werknemers, procuratiehouder Marcelis (Ceel) Peters, liet diverse brieven over deze affaire na aan zijn kinderen. Met behulp van onder andere deze brieven konden we het volgende verhaal construeren.

door Jan Driessen

In 1927 komt Tricotagefabriek Te Strake & Verkouteren vanuit Venlo naar Asten, waar de leegstaande boterfabriek aan de Kerkstraat wordt omgetoverd tot een bloeiend textielbedrijf. De Astenaren geven de onderneming de naam ‘D’n Trico’ of ‘Novano’, de merknaam van de tricotonderkleding die aldaar wordt geproduceerd. Oude Astenaren kennen beslist nog de spreuk ‘Geen goed zo goed als Novana ondergoed’. 

In 1935 brandt een deel van het bedrijfscomplex af, maar een jaar later is de nieuwbouw alweer klaar. De onderneming wordt omgezet in een Naamloze Vennootschap (NV). Er werken op dat moment zo’n 150 mensen, voornamelijk vrouwen.

‘Wij verzoeken u deze drie meisjes naar Duitsland weg te voeren’

Na de oorlog wordt de onderhoudsafdeling steeds belangrijker, hetgeen leidt tot het ontstaan van een machinefabriek. Die wordt in 1950 gevestigd op de Grote Bottel in Deurne onder de naam N.V. Machinefabriek Te Strake. 

In 1973 krijgt de Zwitserse weefmachinebouwer Rüti een meerderheidsbelang en gaat het bedrijf verder onder de voor veel mensen in Deurne nog heel bekende naam Rüti te Strake.

Verkouteren vervolgd

Na de oorlog verdwijnt de naam van Verkouteren uit de onderneming, en dat is een gevolg van gebeurtenissen tijdens die oorlogsjaren. Verkouteren wordt in eerste instantie gezien als een ‘foute Nederlander’. Volgens diverse krantenberichten is hij in september 1944 naar Duitsland gevlucht, gearresteerd en in een kamp in Roggel gezet, van waaruit hij vervolgens door de politieke recherche wordt overgeplaatst naar Kamp Vught. Eind mei 1945 is zijn inboedel executoriaal verkocht. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding


De tricotagefabriek van Te Strake & Verkouteren.

Maar in 1946 is hij weer op vrije voeten. In een brief van april 1946, waarschijnlijk gericht aan de Centrale Zuiveringsraad voor het Bedrijfsleven, protesteert de heer Peters, dan procuratiehouder bij de Tricotagefabriek, tegen een mogelijke terugkeer van Verkouteren in het bedrijf:

“Het gerucht van zijn spoedige terugkeer in het bedrijf, heeft hier veel beroering gewekt en meerderen hebben met een staking gedreigd, indien dit ongehoorde feit zich eventueel zou voordoen. Ook het overgroote deel der inwoners van Asten vindt zijn terugkeer uit Vught, zijn vrij rondloopen en agitatie (hij schijnt reeds bij voorbaat zijn slachtoffers aan te duiden) een publiek schandaal en ergernis. Ten bewijze hiervan leg ik hierbij een afschrift over van een adres dat dezer dagen door verschillende leden van het bedrijf en verder alle notabelen en verdere ingezetenen van Asten, in totaal meer dan honderd, aan den Procureur Fiscaal te Den Bosch is gericht, en waarin verwondering en verontwaardiging over de onbegrijpelijke voorkeursbehandeling van Verkouteren wordt uitgesproken.”

April-meistakingen 1943

Peters noemt in zijn brief de April-meistakingen van 1943 als katalysator van het conflict wat zich binnen Te Strake & Verkouteren afspeelde. Uit zijn schrijven valt op te maken dat Lambertus te Strake zijn uiterste best deed om de bezetter tegen te werken, terwijl Henny Verkouteren juist alle moeite deed om de Duitsers ter wille te zijn. Dat laatste kan om zakelijke redenen zijn geweest, want er waren voor de oorlog al handelscontacten met Duitsland. 

Nu echter ging het om militaire orders in de vorm van productie van militair laken. Waren die orders geaccepteerd dan zou Tricotagefabriek te Strake & Verkouteren een verlengstuk worden van de Duitse oorlogsindustrie. Dat gebeurde niet dankzij de stelselmatige obstructie door Te Strake, die blijkbaar net een stapje hoger stond in de directiehiërarchie. Tot groot ongenoegen van de Duitse echtgenote van Verkouteren, Else Karhoff.

Vanaf dat moment lijkt de oorlog merkbaar binnen het bedrijf

Als de Duitsers in 1943 Nederlandse mannen verplichten om in Duitse fabrieken te gaan werken, wordt op 29 april 1943 in heel Nederland massaal het werk neergelegd. Ook het personeel van de tricotagefabriek doet mee met goedkeuring van hun directeur Te Strake, die op dat moment met een longontsteking ziek in bed ligt. Verkouteren reageert daar woedend op, zet het personeel onder druk en dreigt met ontslagen. 

De volgende dag wordt Verkouteren teruggefloten door Te Strake, maar vanaf dat moment lijkt de oorlog merkbaar binnen het bedrijf. Zo krijgen drie werkneemsters het aan de stok met Verkouteren. Het gaat om de dames Wilhelmina van de Vijfeijken uit Mierlo, Helena Schoolmeesters uit Someren en Elisabeth van de Putten uit Asten. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Alle drie vragen zij ontslag aan bij het Arbeitsamt in Helmond, die echter dat ontslag niet verleent. Vervolgens blijven de dames weg van het werk. Verkouteren vraagt in een brief van 16 augustus 1943 aan het Arbeitsamt om harde maatregelen:

‘Ofschoon wij een groot gebrek aan arbeidskrachten hebben, zouden wij gaarne hebben, dat in deze drie gevallen eens een goed voorbeeld gesteld werd, en verzoeken wij U daarom, deze drie meisjes naar Duitsland weg te voeren.’

Dit voorval wordt door Peters genoemd in zijn schrijven van april 1946. Hij vermeldt daarin ook dat Verkouteren zich zeer negatief over het Nederlandse koningshuis uitliet: ‘De koningin noemde hij een wijf en prins Bernhard een dekhengst.’ Verder wijst hij op de connecties van Verkouteren met NSB-ers en beweert hij dat de huisonderwijzer van Verkouteren, de heer Roede, alsmede onderwijzer Mols en de in de tricotagefabriek werkzame heer Korver door toedoen van Verkouteren lid werden van de NSB. 

Ook vermeldt hij dat Verkouteren veelvuldig contact had met Duitse officieren en dat hij wel erg vaak naar Duitsland moest. Garagehouder P. van Hoek, die de auto van Verkouteren onderhield en diens chauffeur was, had Peters verteld dat hij een keer ‘een heel pak Duitsch geld’ onder de vloermat van de auto had gevonden.

Asten staakt

De brief van Peters heeft niet het gewenste effect, want op 14 juni besluit de Centrale Zuiveringsraad voor het Bedrijfsleven geen verdere maatregelen te nemen tegen Verkouteren. Als dit het personeel van de tricotagefabriek ter ore komt, wordt meteen het werk neergelegd. 

De werknemers benaderen ook het personeel van andere Astense bedrijven met als gevolg dat werknemers van vele bedrijven, maar ook middenstanders en boeren, zich voor het gemeentehuis verzamelen met opschriften als ‘Weg met het Nazivuil’ en ‘Sympathiserend lid der Germaansche SS vrij’. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Personeel aan het werk in de fabriek.

Namens een deputatie van alle demonstranten verwoordt Ceel Peters waarom er gestaakt wordt. Hij verzoekt burgemeester Van Golstein Brouwers om de Bedrijfsraad en de procureur-fiscaal op de hoogte te brengen van de woede en verbazing van de Astense bevolking. De burgemeester doet dat middels telegrammen die hij ook verzendt naar de voorzitter van het Bijzonder Gerechtshof in Den Bosch, de officier-fiscaal van het Bijzonder Gerechtshof in Eindhoven en de voorzitter van het Tribunaal in Helmond.

Tegelijkertijd volgt een brief van prof. dr. P.W. Kamphuizen uit Velp aan de Zuiveringsraad. Hij doet dat ‘in mijn functie van eenige, tevens gedelegeerd, commissaris van de N.V. Tricotfabriek te Strake & Verkouteren te Asten’…’Ik ga tot deze ongebruikelijke stap over, omdat het resultaat van de voorloopige uitspraak reeds nu geweest is een algemeene proteststaking in het bedrijf.’ 

Kamphuizen herhaalt de argumenten die Peters in zijn eerdere brief aanhaalde en zet ze puntsgewijs op een rijtje met de nadruk op punt 4: ‘Dat de heer Verkouteren in October 1944 bij de nadering der geallieerde troepen naar Duitschland gevlucht is en na de totale nederlaag van Duitschland is teruggekeerd en in Vught is opgesloten, waaruit wel duidelijk blijkt, hoe ‘zuiver’ hij zichzelf voelde.’ 

De staking alsmede de telegrammen van burgemeester Van Golstein Brouwers en het schrijven van professor Kamphuizen sorteren verrassend snel effect. Want de Helmondsche Courant van 21 juni 1946 meldt dat de advocaat-fiscaal van het Bijzonder Gerechtshof te Den Bosch, mr. A.F. van Voorst tot Voorst, heeft besloten op grond van feiten die eerder niet bekend waren een nieuw onderzoek op te starten en Verkouteren weer te arresteren.

In diezelfde courant van 21 juni wijdt Paul Kuipers op de voorpagina een groot artikel aan de kwestie Verkouteren onder de kop ‘Waarom ging Asten in staking?’ Hij begint met vast te stellen dat de Zuiveringsraad ‘leiders der van collaboratie verdachte bedrijven’ aanzienlijk soepeler lijkt aan te pakken dan bijvoorbeeld ‘een kleinen NSB-er, die eenige dagen het geweer droeg, het wegwierp, gearresteerd werd, in Vught kwam, ziek werd en zonder dat bezoek bij hem werd toegelaten stierf.’ 

Vermeld wordt ook dat Verkouteren Kamp Vught alweer vrij snel mocht verlaten op grond van een medisch attest. ‘Zo althans staat te lezen in het V.-dossier op de administratie in Vught waar niemand schijnt te weten, wie dit medisch attest verstrekt heeft.’ 

Kuipers beschrijft hoe de Zuiveringsraad voor de Textielindustrie tewerk ging. Er was een openbare zitting maar bijna niemand wist dat het openbaar was. De verdedigers van Verkouteren kregen alle gelegenheid hun argumenten ter tafel te brengen, de getuigen ? charge werden opzichtig tegengewerkt. 

Uiteindelijk werd besloten dat Verkouteren veroordeeld moest worden, maar dat hij een leidende functie in een bedrijf mocht blijven uitoefenen. Ziedaar het antwoord op de vraag waarom men in Asten ging staken.

Ontploffing

Helemaal los van deze affaire overkomt het gezin van Henny Verkouteren op 27 december 1946 een heel ander drama. Zoon Adrianus (Addy), 17 jaar oud, komt te overlijden als explosieven, die hij samen met zijn vriend Wim verzamelt en thuis stiekem opslaat, ontploffen. 

Vriend Wim verliest een arm en zal de rest van zijn leven blind blijven. Het huis van Verkouteren aan de Kerkstraat zal tientallen jaren een gapend gat vertonen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Het beschadigde huis van Verkouteren.

Mild vonnis

Voorjaar 1947. Krantenbericht: ‘Mild vonnis voor Verkouteren. Tribunaal in Den Bosch adviseert tot internering van anderhalf jaar met aftrek van voorarrest, ontzetting uit de burgerrechten voor tien jaar en verbeurdverklaring van het gehele vermogen op een bedrag na van 10.000 gulden.’

In november 1947 wordt in een officiële mededeling aan het personeel van de tricotagefabriek gemeld dat in juni van dat jaar de kwestie is voorgelegd aan de President der Arrondissementsrechtbank te Den Bosch. 

Die heeft op 23 oktober van dat jaar het volgende aan beide partijen laten weten: ‘Arbiters zijn op alle vorenstaande gronden van oordeel en beslissen, dat een samenwerking in de N.V. met Verkouteren in de toekomst niet mogelijk moet worden geacht en dat Verkouteren als Directeur niet is te handhaven.’

Na nog een maand bedenktijd volgt de eindbeslissing op 21 november 1947:

‘1. de aan de rechtsbetrekking van directeur ten grondslag liggende overeenkomst of overeenkomsten tusschen de N.V.Tricotfabriek te Strake & Verkouteren en Verkouteren worden geacht te zijn ontbonden met ingang van 1 Dec. 1947.

2. De ontbinding geschiedt onder de bepaling, dat door de N.V. een schadeloosstelling wordt uitgekeerd aan den Heer Verkouteren.

Uit het bovenstaande volgt dus, dat de Heer H.J.W. Verkouteren met ingang van 1 December 1947 ophoudt directeur der Tricotfabriek te Strake & Verkouteren N.V. te zijn.

Wij vertrouwen, dat de moeilijkheden, die het personeel begin juni 1946 aanleiding gaven in staking te gaan, hiermede zijn opgelost.’

En dat was ook zo. Nadat alles is afgewikkeld verhuist Verkouteren rond 1950 met zijn gezin, eerst naar Helmond en dan naar Warnsveld.

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant