Onderduikers in 't Ven.

Leven in een bezet land

vrijdag 15 maart 2019 - 14:16|Gerard Geboers

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke anekdotes, die zich afspeelden in Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 10: Leven in een bezet land.

Geleidelijk aan krijgt het leven onder de bezetter structuur. De bevolking moet ook wel leven met de situatie waarin de nazi’s de dienst uitmaken, het leger heeft immers gecapituleerd. En zolang de Duitsers zich coulant op blijven stellen, gaat dat ook wel. Maar de weerstand zit onderhuids ... daar sluimeren de heftigste emoties, daar heerst wanhoop, daar vechten woede en frustratie om voorrang. Samen vormen die een vruchtbare voedingsbodem voor verzetsacties.  

Jozef van der Heijden, net als zijn vader onderwijzer in Someren-Eind en later ook nog leider van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers, afdeling Someren (LO), blikt in 1981 terug op die begintijd: In vijf dagen tijd wordt ons land onder de voet gelopen en is de capitulatie een feit. Vele Nederlanders kunnen dit niet verkroppen en al op 15 mei verschijnt het eerste illegale blad “Geuzenbericht”.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Jozef van der Heijden. (Foto: RHCe)

In november ontslaan de Duitsers de Joodse professoren van de Leidse universiteit, waarop een studentenstaking uitbreekt. Mogelijk begint daarmee het onderduiken al.

Op de werken van de Heidemij in Someren verschijnen dan al spoedig vreemde, jonge kerels. Hun ploegbaas Piet van de Manakker helpt deze knapen aan een kosthuis in samenwerking met zijn neven Karel en Sjef van de Kerkhof. Als zonen van een kruidenier komen de laatsten op gezette tijden met hun winkelwaar bij de klanten aan huis. Dat biedt hen de mogelijkheid om de studenten, of waar ze voor doorgaan, aan onderdak te helpen. Het valt niet op.

De Heidemij brengt in de vroege jaren veertig in Someren-Eind in ’t Ven (Starkriet) gronden in cultuur. Decennialang zijn op de drassige gronden in het Aa-dal wilgen geteeld, maar de hoogtijdagen van deze zogenoemde wissenteelt zijn voorbij. De bodem wordt nu geschikt gemaakt voor landbouw. Misschien is dit wel het eerste Heidemij-project waarop onderduikers worden ingezet. Echt hard werken hoeven zij niet, hun baan is slechts een dekmantel. Verscholen tussen de nog resterende wilgen bouwen zij een schuilhut. Karel van de Kerkhof zal daarin de volgende jaren heel veel nachten doorbrengen. De Duitsers willen hem vanwege zijn ondergrondse activiteiten oppakken, maar hij weet uit hun handen te blijven. Honderden nachten brengt hij door op schuilplekken als deze.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Karel van de Kerkhof in 2009.

Jozef van der Heijden schrijft verder: Omdat ze ontevreden zijn over de verdediging van het land vormen gewezen Nederlandse militairen in de zomer van 1940 het Legioen van Oud-Frontstrijders (LOF). In februari 1941 richten andere oud-militairen een Ordedienst (OD) op. Zij willen, als de overweldiger eenmaal teruggeslagen is, de orde handhaven totdat de regering de zaken weer onder controle heeft. In juni 1941 fuseren de beide groepen. Ook organiseren zich vanaf juni 1940 allerlei kleine verzetsgroepen. Veel nuttigs kunnen die echter niet uitrichten.

De eerste grote razzia op Joden vindt al op 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam plaats. De CPN (de verboden communistische partij) roept op tot een proteststaking op 25 februari. Met succes, Amsterdam protesteert luid tegen de Jodenvervolging. Deze Februaristaking wordt echter met harde hand neergeslagen. Vanwege het inzetten van zoveel geweld zoeken veel in de ogen van de Duitsers verdachte personen een veilige schuilplaats. Dit verschijnsel heet al gauw: ‘onderduiken’.

In Someren en Someren-Eind bestaat sinds enkele jaren een vereniging ter verstrekking van melk aan schoolkinderen als in oktober 1941 de ‘Nederlandse Landstand’ met een afdeling ‘Winterhulp’ wordt opgericht. De bestuurders van de twee al langer bestaande verenigingen vermoeden direct al, dat het Rijk deze taak aan zich wil trekken. De Someren-Eindse vereniging deelt daarom haar voorraden uit en verzoekt vervolgens om opheffing. Ze motiveert haar besluit met ‘onvoldoende belangstelling’ en ‘gebrek aan medewerking’. De schriftelijke toestemming om tot liquidatie over te gaan wordt haar toegestuurd. De Somerense vereniging reageert wat minder alert. Maar als vervolgens enkele hoge ambtenaren van ‘Winterhulp’ uit Den Haag op bezoek komen, weet ze die heel bekwaam om de tuin te leiden. Zo blijft ook deze Somerense vereniging vrij van Duitse invloeden.

Vele organisaties en verenigingen gaan over tot een slapend bestaan of ze heffen zichzelf op om zich niet voor het karretje van de Duitsers te laten spannen. Meer dan eens moet Jozef van der Heijden zijn trukendoos opentrekken, zo ook als twee agenten bij hem de gelden van de R.K.-Staatspartij en de Oranjevereniging komen opeisen. En steeds laat hij de heren weer met lege handen vertrekken.

Jozef weer: Door al deze omstandigheden wordt de ambitie voor de Duitsers niet gunstig beïnvloed. In heel Someren worden zij als bezetters beschouwd, maar van de soldaten die in de omgeving van Someren-Eind de schijnwerpers bedienen, ondervindt men volstrekt geen last. Zij slagen er maar amper in een geallieerde bommenwerper in hun zoeklichten te vangen, terwijl het silhouet van een Duitse jager zich daarin juist opmerkelijk vaak aftekent.

De Duitsers, die in het arbeidskamp in Someren-Eind verblijven, nodigen de lokale bevolking uit om op betaaldag op hun kosten in het naburige café een glaasje te komen drinken. Alles moet op, want als zij naar Engeland moeten, valt hun geld toch maar in zee. De Someren-Eind goedgezinde troep wordt vervangen door een nieuwe ploeg, die minder sympathiek tegenover de lokale bevolking staat. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Pastoor Jan Geboers, Jozef vd Heijden en Karel vd Kerkhof, leden van LO-afd Someren krijgen in 1984het verzetsherdenkingskruis. (Foto: De Vonder)

In Heusden tekent Jan van Eijk zijn herinneringen aan de begintijd van de oorlog op. Hij schrijft: Het normale leven keert weer terug, maar na een jaar begint men ook in Heusden de gevolgen van de Duitse bezetting te merken. Het persoonsbewijs wordt ingevoerd, iedereen boven 15 jaar moet zich kunnen legitimeren. Een distributiesysteem wordt ingevoerd, levensmiddelen gaan op de bon. De boeren krijgen veel last van controleurs. Al wat geproduceerd wordt, moet worden opgegeven, er blijft niet veel over voor eigen gebruik.

Van 1940 tot en met 1945 houdt het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd (VVO) toezicht. Dit bureau stemt de behoefte van de bezetter zowel af met die van de Nederlandse overheden, als met die van de landbouwbevolking en de consumenten. In de loop der jaren wordt echter steeds meer voedsel naar Duitsland getransporteerd, terwijl in Nederland tekorten ontstaan. Landbouwers hebben in die tijd vaak te maken met VVO-controleurs, die nogal verschillen in klantvriendelijkheid. Maar de boer, die trots roept, dat zijn geslachte varken “zeker wel 95 kilo weegt!” tegen een controleur, die hem in de mond legt dat het niet meer dan 75 kilo geweest kan zijn, snapt ook niet helemaal hoe het systeem werkt.  

Met het voortduren van de oorlog worden veel boeren vindingrijk in het ontduiken van de regels. Veel varkens leven in die tijd onder stro- of mutserdmijten, opvallend veel koeien staan droog.

Jan van Eijk weer: Omdat levensmiddelen schaars worden, gaan stadsmensen de boer op. Er zijn steeds meer aardappelen en dergelijke nodig. Door dit alles worden de mensen steeds slimmer. De opbrengsten per hectare dalen op papier en men plant en zaait allemaal wel iets stiekem. ‘Zwarte’ tarwe kan echter weer niet bij de molen gemalen worden, maar een gehaaid iemand als Tijs Jaspers uit Geldrop weet raad. Hij verkoopt bouwpakketten van kleine molentjes. Uren zit ik bij hem, als hij zijn apparaten bij ons op het motortje van de wasmachine aansluit en uitprobeert. In een mum van tijd kan mijn vader graan malen, olieslaan, aardappelmeel maken en strooppersen.  

Veel boeren beschikken na verloop van tijd over een eigen molentje, waarmee ze vaak in het holst van de nacht graan malen of olieslaan, want de Duitsers mogen dat niet merken. Toch maalt de tienjarige Piet Wijnen, die aan de dan nog doodlopende Ospelerweg in Heusden woont, ook overdag. Hij leidt de afvoer van zijn lawaaiige molen door een met water gevulde melkbus om het geluid te dempen, terwijl zijn moeder met een breiwerk in de hand voor het raam op de uitkijk zit. Zij overziet de weg tot aan de Gezandebaan. Als er iemand komt, heeft ze tijd genoeg om Piet te waarschuwen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Molentje zoals in oorlogsjaren overal gebruikt werd. (Foto: collectie RHCe)

Als de Duitsers weer eens paarden dreigen mee te nemen, verschuilt de jonge Piet zich met soms wel acht of tien paarden van boeren uit de buurt in een laagte in de dan nog niet ontgonnen Peel. Hij verblijft daar vaak uren achtereen. Pas als alles weer veilig is, komt zijn vader hem ophalen.

In die jaren is roken, alleen nog onder mannen, populair. Dit schrijft Jan van Eijk: Tabak is schaars en komt op de bon. Men gaat die zelf verbouwen, dit is de zogenaamde eigenteelt. In de herfst worden de bladeren geoogst, aangesnoerd en te drogen gehangen in open schuren. Voor pijptabak snijdt men de bladeren zelf kort, voor shag wordt die in zakken achterop de fiets naar Steijl gebracht om daar te fermenteren. Roken doet die eigenteelt goed, maar lekker is toch anders.

Te moeten leven in een bezet land is onaangenaam, maar de jaren 1940 tot en met 1942 zijn niet eens de slechtste. Veel Nederlanders, die zich de zware crisisjaren nog goed herinneren, verdienen in die jaren de kost op Duitse bouwprojecten. Zij hebben werk – ze leggen bijvoorbeeld wegen en vliegvelden aan – waardoor zij het beter hebben dan in de jaren dertig. Nadenken waarvoor al die projecten nodig zijn, ach… dat doet de overheid wel. Begrijpelijk toch, die houding.


Piet Wijnen in 2013.

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Gezamenlijke controleactie in Asten ASTEN - Momenteel wordt in de gemeente Asten een grote controleactie gehouden, uitgevoerd door onder andere de politie, Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de FIOD. De controles vinden plaats bij... 21 mei 2019 - 10:36
Zonnige processie in Ommel OMMEL - De grote gildeprocessie trok zondag door de straten van Ommel. Het hoogtepunt van de jaarlijkse Mariamaand vond onder een stralend zonnetje plaats. Onze fotograaf Marius van Deursen maakte... 21 mei 2019 - 10:04
Jubileumjaar Museum Klok & Peel van start ASTEN - Museum Klok & Peel bestaat vijftig jaar. Wat in 1969 op de zolder van het gemeentehuis in Asten als een uit de hand gelopen verzameling luidklokken is ontstaan,... 17 mei 2019 - 11:20
Beeldentuin Heusden opnieuw divers HEUSDEN – Kunstenaar Theo van Dam opent komende zondag wederom zijn beeldentuin in Heusden. ‘Artheo’ zorgt ook dit keer voor een divers aanbod, met onder andere schilderijen, glas-in-lood en houtsculpturen... 17 mei 2019 - 11:15
Asten onderdeel landelijke steekproef ASTEN - Asten is één van de honderd gemeenten die deelnemen aan een steekproef in opdracht van het Rijk, als aanloop naar een herziening van het gemeentefonds in 2021. Deze... 17 mei 2019 - 11:15
Eén euro voor het Park van Vrede OMMEL – Ommel maakt zich op voor de grote gildeprocessie, als hoogtepunt van de jaarlijkse Mariamaand. Een stoet van zo’n tweehonderd deelnemers trekt komende zondag door het bekende bedevaartsoord. De... 17 mei 2019 - 11:00