Schip De Pavon moest onder meer Nederlandse soldaten naar Engeland vervoeren, maar werd geraakt door een Duits bombardement.

Vanuit de Peel Europa in

maandag 11 maart 2019 - 11:57|Hans van de Laarschot

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke anekdotes, die zich afspeelden in Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 9: Vanuit de Peel Europa in.

Piet Linders uit de Zeilberg en Pietje Hikspoors uit Liessel waren niet de enigen die weken na de Duitse inval pas na een lange, barre tocht veilig thuiskwamen (zie De Peel onder vuur, aflevering 8). Op de overgang van 10 op 11 mei 1940 moesten de mannen van RI 27 (Vak Bakel) en RI 30 (Vak Asten) de Peel-Raamstelling verlaten. De terugtocht uit de Peel – tegen de zin van velen - was begonnen. De eerste bestemming was een niet-ingerichte stelling achter de Zuid-Willemsvaart. Ook van daar moest het al snel verder in de richting van Tilburg. Waar zou de terugtocht de jongens uit de Peel naar toe brengen? Zouden ze snel na de capitulatie van Nederland op 15 mei weer thuis zijn? Enkelen wel, anderen maakten nog een lange omzwerving door meerdere Europese landen. Sommigen trof het noodlot en zouden nooit meer thuiskomen.


Op het rechtse paard luitenant E. Nabben achter zijn commandant en voor de manschappen van het Maasbataljon in Blerick tijdens de mobilisatie. (Foto: collectie Annemie Swinkels-Nabben, Deurne)

Via België naar Zeeland
Als kapitein De Vries op 30 mei 1940 ‘zijn’ balans opmaakt, schat hij dat 60 tot 80 man van de soldaten uit de Peel in Duitsland gevangen wordt gehouden. Kapitein Van de Wilt weet ook niet meer, dan dat van zijn compagnie een gedeelte al bij Someren gevangen is genomen en dat  anderen in Zeeland terecht zijn gekomen. Enkele van hen hebben Engeland bereikt. Tweede luitenant Van Kampen is het gelukt naar Engeland te ontkomen. Vanuit Wrottesley Park bij Wolverhampton, de legerplaats van de Prinses Irenebrigade, rapporteert hij in 1942 kort over zijn ervaringen tijdens de terugtocht uit de Peel op 11 mei na Best. Gedurende de verdere tocht was de weg een file van voertuigen: fietsers, auto’s, paard en wagen enz. Een file die wonder boven wonder nergens bleef steken. Langs den weg veel wrakken van voertuigen en gewonden tengevolge van mitraillerende Duitsche vliegtuigen. Tegen het vallen van de duisternis arriveerden we bij Tilburg, waar aan den rand van een bosch een colonne van 27 RI geformeerd werd, die in het donker vertrok, na uren in den nacht langs wegen gereden te hebben, die dikwijls versperd waren tengevolge van bombardementen kwamen tegen het aanbreken van de morgen van de 12e Mei bij Princenhage. Van hier ging de tocht later in den ochtend naar Antwerpen. Een dag later komen ze aan in Sas van Gent waar ze ingekwartierd worden en hen rust gegund is. Tot 16 mei, want dan gaat het weer België in.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Fraaie tekening van de afmars van de militairen van de Peel-Raamstelling, als omslag van het boek ‘Terugtocht uit de Peel’ van onderofficier bij het 27e Regiment Infanterie L. Huizingh, dat al in 1940 op de markt kwam. (Collectie Hans van de Laarschot)

Fransen helpen
Wachtmeesster Van ’t Schip, die gestationeerd was in de Peel-Raamstelling bij de twee Peelkanalen in Meijel, belandde op 15 mei in het Zeeuwse Schoondijke. Toen daar het bericht van de capitulatie rondging, was er grote onrust en ontsteltenis. Veel soldaten liepen huilend op straat. Ze konden niet geloven dat ons mooie land zo maar was overgegeven. Zeeland was echter nog uitgesloten van de overgave aan de Duitsers en dat gaf wat hoop. De soldaten werden verdeeld ondergebracht in allerlei dorpjes. Van ’t Schip kwam terecht op een boerderij in Zuidzande Eten was er niet veel. ’s Middags ben ik er op uitgegaan en heb nog aardappelen gevorderd. Vond op ’t land nog een hoopje uien. Deze hebben we schoongemaakt en met de aardappelen gekookt. 4 pakken boter kreeg ik van den verplegings officier en zoo hebben we met 80 man heerlijk gegeten. Ook ieder 2 eieren, die waren er genoeg.

De Fransen, die naar Nederland waren opgerukt om te ondersteunen bij de verdediging tegen een Duitse inval, hadden het in Zeeland voor het zeggen. Zij lieten alle wapens en fietsen inleveren. In auto’s ging het op 16 mei naar Brugge. Zondags trokken we met auto’s van Coolkerke door Brugge, Ostende, Nieuwpoort naar de Panne, ’t laatste plaatsje voor de Fransche grens. Onderweg niets dan vluchtelingen. In de Panne een onbeschrijfelijke wanorde; rijen auto’s 4 dik, stonden daar reeds 1 ½ dag en er zat geen vooruitgang in en steeds kwam er meer bij. De Hollandsche militaire wagens zijn toen over de trambaan gereden en eenmaal door de Panne, konden wij verder trekken naar Duinkerken, waar we om 15.00 uur aankwamen. Wij werden gelegerd in groote loodsen van de Jean Bart-kazerne. Den eersten dag geen eten, den tweeden ook niets, later werd er nog wat brood verdeeld uit de Hollandsche auto’s, doch dit was voor de gelukkigen.

Met de Pavon naar Engeland


De Pavon vóór het bombardement.

Van ’t Schip overleefde de ramp met het Franse vrachtschip de Pavon, dat soldaten naar het veilige Engeland ging brengen, en kon het verhaal navertellen. De Pavon lag in de haven van Duinkerken klaar om ruim 1.700 Nederlandse soldaten, waaronder mannen uit de Peel-Raamstelling,  te verschepen. Een sleepboot bracht het naar de buitenhaven waar gewacht werd op de duisternis. Toen ’t donker werd, vertrok de boot. Om kwart over twaalf, bij helder weer en volop maanlicht, kwam een Duitsch jachtvliegtuig over en wierp de eerste bommen. Een onbeschrijflijke paniek volgde. Velen sprongen te water en verdronken. We trachtten de menschen te kalmeren door te roepen, dat het ’t afweergeschut van het schip was, doch dit hielp niet lang. Tot 8 maal toe is het vliegtuig teruggekomen en heeft steeds een bom laten vallen. 1 is er later gevonden op het achterdek, niet ontploft. Twee vielen er in de kapoklading, welke ging branden. Twee naast het schip, waar nog een gat gemaakt werd van ca. ½ meter, juist boven de waterlijn. De laatste bom viel in het ruim, juist voor de commandobrug. Het heele schip dreunde en trilde den de uitwerking was vreeselijk. Naar schatting (het juiste getal is niet bekend) zijn hierbij 100 dooden en zeer veel gewonden. Toen was de paniek volkomen; alles klom in wilde angst naar het dek, verschillenden vielen door de open luiken van het benedenruim, ladders braken, er werd getrapt, geslagen en gevochten om boven te komen. Een reddingsboot was weldra overvol en sprongen er steeds van boord er in, totdat hij kantelde of brak en allen in de golven verdwenen. Velen werden door de schroef gegrepen, want de machine werkte nog steeds door, wat een groot geluk mag worden genoemd, want hierdoor kon de kapitein het schip op het strand zetten, wat later bleek geheel droog te loopen. Doordat het schip in brand stond, is het vliegtuig niet meer teruggekomen.

Peellanders op de Pavon


De Pavon in 1948 met op de voorgrond vier overlevenden, die dat jaar teruggingen naar de onheilsplekken in Frankrijk. Goed is te zien dat het middenruim, waar Jan van Eijk uit Asten zich bevond, het zwaarst door het Duitse bombardement is getroffen. (Foto: collectie Annemie Swinkels-Nabben, Deurne)

Aan boord van de Pavon waren ook mannen uit de Peel zelf, zoals Jan van Eijk uit Asten. Hij bevond zich in het bovenste middenruim.  Jan kon het  stranden van de Pavon niet, zoals wachtmeester Van ’t Schip, navertellen. Op 10 mei 1940 maakte hij de aanval van de Duitsers op de Maaslinie mee. Ongedeerd keerde Jan twee dagen later in Asten terug bij zijn vrouw en drie kinderen. Als dienstplichtige had hij zich echter te melden bij de legerleiding. Hij kwam terecht in de stroom Zeelandgangers en uiteindelijk in Frankrijk waar hij met de Pavon naar Engeland zou varen. De aanval van het Duitse jachtvliegtuig werd hem fataal. Petrus Johannes van Eijk (1910-1940) wordt herdacht op één van de plaquettes met namen van Astense oorlogsslachtoffers bij het monument in het Moussaultpark. Met Jan van Eijk bevonden zich ook zijn dorpsgenoten Frans Hoebens en Jan Stevens onder de Nederlandse militairen in Duinkerken.

Andere Peellanders overleefden de ramp met de Pavon en kwamen via een grote omweg thuis. Wim van Loenhout uit Bergen op Zoom, maar kort na de oorlog Deurnenaar geworden, was gelegerd in de Peel-Raamstelling tussen Deurne en Ysselsteyn. Ook hij kwam via België en Zeeland en weer België in Duinkerken op de Pavon. Hij bevestigt het verhaal van Van ’t Schip. Er viel vier, vijf meter van ons vandaan een bom, die in het onderste ruim ontplofte. Het schip had twee ladingsruimen en wij lagen op een ijzeren dek. In het midden van het tussendek en het dek boven ons bevonden zich houdten balken waar de luiken op steunden. Toen de bom viel, kwmaen de houten balken van het bovendek, met de jongens die daarop zaten, naar beneden en vielen bovenop de jongens die een verdieping lager op de balken zaten. Alle mannen die daarop zaten, werden naar beneden gesleurd. Er brak een ongelooflijke paniek uit. Ik kan het eigenlijk niet goed navertellen. Het wa pikdonker en de een na de ander viel naar beneden. Je hoorde alleen maar geschreeuw en gejammer en mannen die om hulp van Onze Lieve Heer smeekten. Iedereen probeerde via een houten ladder naar boven te klimmen, maar die brak onder het gewicht. Ik meen dat ik Gerrit Timmermans naar beneden heb zien storten. Ik viel ook bijna, maar een soldaat trok aan mijn arm en zei “kom Willem, deze kant op. De lading katoen in het ruim onder ons is aan het branden en als we hier achterblijven stikken we.” Op het dek hielpen we met het verbinden van de gewonden. Er was onvoldoende verband en daarom stonden veel soldaten hun poeties [beenwindsels] af om de gewonden te verbinden.

Aalmoezenier Lam uit Deurne


De foto van kapelaan M. Lam met een ’Zalig nieuwjaar’ en handtekening op de nieuwjaarskaart die luitenant Nabben in januari 1941 ontving van de aalmoezenier. (Collectie Annemie Swinkels-Nabben, Deurne)

Kapelaan Lam (1909-1981) van de Willibrordusparochie in Deurne was als hulpaalmoezenier niet alleen verbonden de Peel-Raamstelling in het Vak Bakel (27 RI), maar zijn verzorgingsgebied ging tot aan de Maas. Zo’n 4.000 katholieke jongens waren in zijn gebied actief. Een te groot aantal voor persoonlijke zorg voor slechts één aalmoezenier. Na het lezen van de mis in Deurne wordt hij door zijn chauffeur op 10 mei 1940 naar de stellingen gereden. Allereerst naar het bataljon bij de commandopost. Alle katholieken willen biechten. Als dat zoo overal is, dan wordt dat ’n onbegonnen werk. Reken slechts één per minuut; 1200 mannen verspreid over een lengte van 15 km en de tijd is beperkt. Ieder afzonderlijk helpen, dat kán niet. Dus, generale absolutie. We gaan van de ene stelling naar de andere. Een eind verder staat een kruisbeeld. Ze knielen neer, de mannen, bij het kruisbeeld, rond hun pantserafweergeschut-, mitrailleur- en tirailleur-opstellingen om de Absolutie te ontvangen. Zo gaat het die eerste oorlogsdag door. Hij verleent dan ook geestelijke bijstand aan soldaten van het Maas-bataljon. … en inderdaad, eerst met kleinere groepen, maar dan steeds meer, komen ze uit de Peel aanzetten. Velen, die nog niet in het vuur zijn geweest, hebben nog geen priester gezien. ’s Avonds wordt de kapelaan uit zijn bed getrommeld. Hij moet naar huize De Romein, het commandokwartier, waar hij hoort dat de Peel-Raamstelling ontruimd moet worden.

Ook kapelaan Lam komt via de Zuid-Willemsvaart, Tilburg en Roosendaal in Zeeland terecht. Het is 13 mei. ’s Morgens gaan we op onderzoek naar onze mannen. Nog steeds komen nieuwe troepen aan, haast alle afkomstig uit de Peelstellingen. Met hen gaat de aalmoezenier via België naar Frankrijk en scheept zich in op de Pavon. Hij heeft er voor gekozen om met het schip te gaan, omdat de meeste soldaten daarop uit Brabant en Limburg komen. Met de aalmoezenier van de vesting Zeeland is hij dat overeengekomen. Die zal de soldaten bijstaan die over land verder zullen trekken. Tijdens de rampzalige vliegtuigaanval en daarna nam aalmoezenier Lam zijn verantwoordelijkheid voor de vele gewonden. Wim van Loenhout vertelt hierover: Ik verwonderde me over de daadkracht van de aalmoezenier, die iedereen tot kalmte maande en de stervenden trachtte te troosten. De kapelaan hielp me het ontschepen van gewonden uit het op het strand vastgelopen schip. Toen hij ’s middags rond half 5 het schip verliet schatte hij het aantal achtergelaten doden op 70. De morgen erop vergezelde Lam het laatste gewondentransport naar Calais. In het ziekenhuis bezocht hij de al eerder gearriveerde gewonden. Daarna zette hij zich ten volle in bij de Franse autoriteiten om onderdak en verzorging voor de overige gestrande Nederlandse soldaten te krijgen. Dat verliep niet gladjes, maar het lukte hem wel.

Toch krijgsgevangen


De boerderij in het Franse Coquelles waar de Peelsoldaten in 1940 waren geïnterneerd. (Foto 1948, collectie Annemie Swinkels-Nabben, Deurne)

Ongeveer 1.400 soldaten kregen op 23 mei onderdak in het Franse dorpje Coquelles. Een groot deel was uit de Peel, onder wie kapelaan Lam, Wim van Loenhout en luitenant Ed Nabben uit Sevenum, die het drama op de Pavon ook had meegemaakt. De Duitsers waren al zover opgerukt, dat de Nederlanders een dag later door hen krijgsgevangen werden gemaakt. Op 30 oktober 1948 schrijft Fernand van de Venne uit Echt een brief naar zijn dienstmakker Ed Nabben. Van de Venne is met zeven oorlogsmaten en de weduwe Beunen het weekend ervoor terug naar Coquelles en de Pavon geweest en hebben de graven bezocht van de op 24 mei 1940 bij de gevangenneming gesneuvelden, onder wie vrijwilliger Beunen. De brief begint met: Beste Ed., Je herinnert je, dat de Fransen op ons begonnen te schieten toen we op 24 Mei 1940 door de Duitsers te Coquelles gevangen genomen werden. Daarbij zijn toen drie Nederlandse militairen gesneuveld in het klaverland tussen de boerderij en de holle weg waar we heen moesten. Met de brief stuurt Van de Venne foto’s mee van de boerderij en de op het strand wegroestende Pavon. De briefschrijver vertelt ook dat bij de ramp met de Pavon ongeveer 350 doden zijn gevallen. Dat hoorde hij van de Nederlandse pastoor van Coquelles, die na de ramp ook bijstand had verleend. Officieel staan echter slechts 50 gesneuvelden geregistreerd.

Van Coquelles voerden de Duitsers de krijgsgevangenen een dag later naar een provisorisch buitenkamp in Montreuil. De angst voor executie verdween toen de gevangenen diezelfde dag van de Duitse leiding te horen kregen, dat iedereen vrij was. Onder leiding van de eigen officieren mocht men naar huis. Kapelaan Lam nam vanzelfsprekend een groep onder zijn hoede. Het werd een lange reis met nare ervaringen; deels te voet, soms in vrachtauto’s en tenslotte met de trein. In Frankrijk en België langs plekken waar stevig gevochten was met gesneuvelden en kapotte legervoertuigen. Beschietingen door Franse vliegtuigen, die hen voor Duitsers hielden. Een ontmoeting met een karavaan van meer dan honderdduizend krijgsgevangenen; Belgen, Engelsen, Fransen en Marokkanen. Onvriendelijke, vijandige Duitsers.

Op donderdag 30 mei was de groep van Lam aangekomen bij het Franse dorpje Irles. De daar verblijvende Vierde Infanteriedivisie van de Duitsers nam hen weer in krijgsgevangenschap. Met de trein kwamen ze in een kazerne in Charleville-Mézières terecht. De Peel kwam dichterbij, maar hun reis zou hen toch eerst nog ver van de Peel brengen. Van Charleville-Mézières ging het op 1 juni namelijk niet in noordelijke richting naar Nederland, maar naar het oosten. Eerst  in vrachtauto’s naar het Belgische Neufchâteu en met de trein door Luxemburg naar Trier in Duitsland. Waren ze op 10 mei vanuit de Peel naar het westen gegaan en uiteindelijk een kleine 300 kilometer van de Peel in Frankrijk uitgekomen. Op de weg naar huis van daaruit gingen ze ver onder de Peel door en belandden op 2 juni zo’n 250 kilometer zuidoostelijk van huis in Duitsland. In Trier trok de Grüne Polizei zich niets aan van de door de Duitse legerleiding bevolen vrije status van de Nederlandse soldaten. Wederom volgde krijgsgevangenschap in een barakkenkamp met tienduizenden krijgsgevangenen. Het was een flinke tegenvaller, dat ze niet meteen konden doorreizen met de trein naar Nederland. Na een aantal dagen speelde kapelaan Lam hoog spel. Hij vroeg of hij met de pauselijke nuntius in Berlijn mocht bellen voor bemiddeling voor vrijlating. Toen was het snel gedaan met de gevangenschap. Op zaterdag 8 juni kwamen ze met de trein doodvermoeid in Maastricht aan. Na de zondagse mis ging het, ook per trein, naar de Peel. Voor kapelaan Lam en de anderen die op 9 juni 1940 in de Peel terugkwamen, had de reis precies een maand geduurd, terwijl de strijd om Nederland slechts vijf dagen duurde. Vanwege zijn inzet tijdens de terugtocht uit de Peel, bij de ramp met de Pavon en tijdens de thuisreis kreeg kapelaan Lam in 1947 het Kruis van Verdienste uitgereikt.


Kaart met de route die L. Huizingh, auteur van ‘Terugtocht uit de Peel’, aflegde vanaf Deurne, door België, Frankrijk, Luxemburg en Duitsland naar Maastricht. De route is grotendeels hetzelfde als die van de groep Lam. (Uit ‘Terugtocht uit de Peel’)

Lezers reageren op De Peel onder vuur
Met dank aan mevrouw Annemie Swinkels-Nabben, die al snel na het verschijnen van de eerste afleveringen van De Peel onder vuur de auteurs en redactie complimenteerde met het verschijnen van de reeks. Zij is een dochter van luitenant Ed. Nabben (Sevenum 1909-1994) en woonachtig in Deurne. Graag stelde ze voor gebruik in de reeks foto’s, brieven en andere documenten uit de collectie van haar vader beschikbaar.

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Gezamenlijke controleactie in Asten ASTEN - Momenteel wordt in de gemeente Asten een grote controleactie gehouden, uitgevoerd door onder andere de politie, Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de FIOD. De controles vinden plaats bij... 21 mei 2019 - 10:36
Zonnige processie in Ommel OMMEL - De grote gildeprocessie trok zondag door de straten van Ommel. Het hoogtepunt van de jaarlijkse Mariamaand vond onder een stralend zonnetje plaats. Onze fotograaf Marius van Deursen maakte... 21 mei 2019 - 10:04
Jubileumjaar Museum Klok & Peel van start ASTEN - Museum Klok & Peel bestaat vijftig jaar. Wat in 1969 op de zolder van het gemeentehuis in Asten als een uit de hand gelopen verzameling luidklokken is ontstaan,... 17 mei 2019 - 11:20
Beeldentuin Heusden opnieuw divers HEUSDEN – Kunstenaar Theo van Dam opent komende zondag wederom zijn beeldentuin in Heusden. ‘Artheo’ zorgt ook dit keer voor een divers aanbod, met onder andere schilderijen, glas-in-lood en houtsculpturen... 17 mei 2019 - 11:15
Asten onderdeel landelijke steekproef ASTEN - Asten is één van de honderd gemeenten die deelnemen aan een steekproef in opdracht van het Rijk, als aanloop naar een herziening van het gemeentefonds in 2021. Deze... 17 mei 2019 - 11:15
Eén euro voor het Park van Vrede OMMEL – Ommel maakt zich op voor de grote gildeprocessie, als hoogtepunt van de jaarlijkse Mariamaand. Een stoet van zo’n tweehonderd deelnemers trekt komende zondag door het bekende bedevaartsoord. De... 17 mei 2019 - 11:00