In Someren bij Driek Driessen in de kelder krijgsgevangen gemaakte Nederlandse militairen in boerenkleren wachten op beslissing van Duits stafkwartier in Asten. (Foto: collectie † Jos Manders)

De Peel onder vuur: Brandpunt Sluis 11

woensdag 13 februari 2019 - 14:35|Gerard Geboers

De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek terug op de gebeurtenissen van toen. Van algemene verhalen tot persoonlijke anekdotes, die zich afspeelden in Asten, Someren, Deurne en omgeving. Vandaag aflevering 6: 11 mei 1940 - Brandpunt Sluis 11.

Een heel chaotische dag. Bij de Zuid-Willemsvaart leggen een paar bataljons uitgeputte militairen in de vroege ochtenduren een provisorische verdedigingslinie aan. Maar meer dan een zwakke linie die amper weerstand biedt aan de oprukkende vijand, wordt dat niet. Die ochtend vluchten direct al veel gedesillusioneerde Nederlandse soldaten naar het westen. Niet alleen de gevechtskracht van de troepen vermindert hierdoor, ook het moreel van de achterblijvers zakt tot een bedenkelijk niveau. Commandanten verliezen de controle, compagnieën gedragen zich niet langer gedisciplineerd, de manschappen zijn amper te motiveren de strijd aan te gaan. Al geldt dat niet voor de compagnieën bij Sluis 10 en Sluis 11. Zij gaan het gevecht aan en weren zich kranig, maar moeten toch na korte tijd de strijd opgeven.

De gevluchte soldaten zijn niet per se beter af, de gedroomde vrijheid blijft voor de meeste buiten bereik. Zij worden tot in West-Brabant nagezeten door Duitse vliegtuigen, die met hun bommen en boordmitrailleurs dood en verderf zaaien. En voor wie die heksenketel overleeft, ligt altijd nog krijgsgevangenschap in het verschiet.

De troepen van II-30 R.I. bemannen na hun nachtelijke terugtocht de stelling tussen Sluis 11 en Sluis 13. Zo gauw zij in de vroege ochtenduren de Zuid-Willemsvaart over zijn, blaast de militaire politie de bruggen op. Achterblijvers kunnen alleen nog via de sluisdeuren naar de overkant, totdat ook die versperd worden. Bataljonscommandant majoor Van Oeveren vestigt zijn commandopost in een boerderij aan de Einderstraat in Someren-Eind. Daar heeft hij geen telefoon, voor het overbrengen van berichten is hij afhankelijk van ordonnansen. Als regimentscommandant, overste Themann, om 09.00 uur de stelling komt inspecteren deelt hij mee, dat er Franse troepen in aantocht zijn. Hij spreekt de mannen moed in en spoort hen aan vol te houden. Dit is tegelijk het laatste contact tussen majoor Van Oeveren en overste Themann. Geen van de naar het regimentsstafkwartier gestuurde ordonnansen komt terug, geen enkele order bereikt Van Oeveren nog. Ook de aangekondigde Franse troepen komen niet opdagen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Tijdelijk graf op Lambertuskerkhof van op 11 mei 1940 in Someren gesneuvelde Nederlandse militairen. (Foto: collectie Marietje Kooistra-Kruijf)

In zijn verslag schrijft reserve-2e luitenant S. van Kampen van een sectie pantserafweergeschut, dat hij zijn stukken langs de weg naar Heeze heeft opgesteld, op ongeveer 100 meter achter het kanaal. Het was onmogelijk ze in de drassige weilanden dichter bij het kanaal op te stellen. Als de Duitse generaal-majoor Kriebel rond het middaguur in Asten arriveert, geeft hij direct bevel tot de aanval bij Sluis 11. Een hels vuurgevecht volgt, waarin de Nederlanders met weinig meer dan geweren en lichte mitrailleurs geen partij zijn voor de zwaarbewapende, ervaren Duitse soldaten die bovendien luchtsteun krijgen. Toch meldt het bataljonsverslag van II-30 R.I. zware verliezen aan Duitse zijde.

Reservekapitein A. van de Wilt, commandant van 1-II-30 R.I. schrijft er in 1941 over: Omstreeks 12.00 uur komt het bericht dat de vijand gezien is in de brugwachterswoning aan de overzijde van het kanaal. Deze woning ligt op ongeveer 50 meter van de Zuid-Willemsvaart aan de weg Asten-Someren. Aangezien zich reeds vele vijanden in dat huis hebben verschanst, wordt bevel gegeven het met zware en lichte mitrailleurs onder vuur te nemen. Het resultaat kunnen we niet zien. Omdat wij steeds vanuit één huis worden beschoten, geef ik de commandant van de stukken pantserafweergeschut bevel dat huis onder vuur te nemen. Een tiental schoten wordt afgevuurd. De materiële schade aan de buitenzijde lijkt gering, maar de projectielen zijn door de muren heen gegaan en binnenshuis ontploft. In en om het huis moeten veel vijanden zijn gevallen.

Reserve-2e luitenant Van Kampen op zijn beurt: Wat er aan het kanaal precies gebeurt, kunnen we niet zien, maar al spoedig komen er Duitsers over. Het kanaal is bij de Sluis zeer smal en de verbinding met de andere oever is nog gedeeltelijk intact. Al gauw komt er vuur van opzij. Vóór ons trekt de infanterie van de dijk terug, terwijl er op andere plaatsen met witte vlaggen wordt gezwaaid.

Dan wordt er ook uit de richting Someren op ordonnansen geschoten. Van de Wilt gaat met enkele mannen op onderzoek uit en schrijft: … op ongeveer 25 meter afstand van de commandopost zit een vijand in het struikgewas, vermoedelijk een parachutist. Als we deze vijand onder vuur nemen, overvallen ons plotseling honderden vijanden met een hels “krijgsgeroep”. Van welke zijde zij ons genaderd zijn, is nog een raadsel.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Sluis 11 rond 1955 - (Foto: collectie: † Jos Manders)

Die Duitsers zijn geen parachutisten, zij komen gewoon over het kanaal. Een aantal vijandelijke eenheden moet direct door naar Heeze, terwijl andere opdracht krijgen de Nederlandse stellingen van achteren aan te vallen. Tijdens deze aanval gaat de commandopost van Van de Wilt in een huis aan de Kanaalstraat in vlammen op. De Nederlandse soldaten trekken zich korte tijd later in huizen in de buurt terug, maar daarmee is hun probleem niet opgelost. Binnen de kortste keren wordt hun positie hopeloos. Reservekapitein Van de Wilt taxeert de situatie en neemt het voor een officier moeilijkst mogelijke besluit: hij geeft zich over met zijn mannen. In het dagboek van de Duitse 56e Divisie komt Van de Wilts naam ook voor, als één van de veertig krijgsgevangenen die de 56ste divisie bij Sluis 11 maakt.

Even later zuiveren de Duitsers de omgeving van Sluis 11, daarbij doorzoeken ze ook de Beemdstraat. Daar, bij Driek Driessen in de kelder, stuiten zij op een aantal mannen in veel te ruim zittende kleren. Hun camouflage moet de vijand ervan overtuigen, dat zij boerenknechten zijn. De Duitsers laten zich echter niet om de tuin leiden, dit zijn militairen en geen boerenknechten. Drieks kleren veranderen daar niets aan, al heeft hij er ook zijn trouwpak voor ingezet. Wat Driek wil voorkomen gebeurt toch, de mannen worden opgepakt en afgevoerd. Hij hoopt maar, dat zij ‘het er levend afbrengen.’

Zij gaan onder geleide naar Asten, waar ze in de Molenstraat, tegenover de Duitse  commandopost in hotel Van Rooij, nog een poosje onder schot worden gehouden. Iemand heeft kans gezien dat tafereel op 11 mei 1940 rond 15.00 uur te fotograferen. Achter op de foto staat ‘doodgeschoten in 1943’. De foto is al ruim vier decennia oud, als Peelbelang een poging doet het verhaal erachter te achterhalen. Het kost Drieks zoon, die dan al van middelbare leeftijd is, moeite om met dit pijnlijke en nog altijd schrijnende relaas voor de dag te komen. Maar een half jaar later zal hij dat toch doen. Peelbelang wijdt er op 26 maart 1982 een artikel aan onder de kop ‘Oorlogsfoto nu geïdentificeerd’. De redactie weet na zoveel jaren nog te achterhalen, dat twee van de mannen op de foto de oorlog overleefd hebben. Maar het lot van de andere vier … of zij inderdaad in 1943 …?

Op die pijnlijke vraag komt ook in 1982 geen antwoord.  

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Driek Driessen. (Foto: collectie Maria Berkvens-Driessen)

Volgens kapitein J. van Haalen van 2-II-30 R.I. boeken de Duitsers op 11 mei om 15.00 uur succes: “Ingekomen berichten melden een overschrijding van Duitse troepen over de Zuid-Willemsvaart bij Sluis 11 in de richting Someren.”

Onmiddellijk reageert majoor Van Oeveren in Someren-Eind. Hij stelt secties van twee verschillende bataljons met een sectie zware mitrailleurs onder bevel van reserve-1e luitenant Aardenhout en sergeant Hermans. Hij draagt hen op alle Duitsers over het kanaal terug te jagen. Maar na een hevig vuurgevecht langs de weg van Someren-Eind naar Someren moeten zij alweer terugtrekken. Hun aanval mislukt. Het breekt Van Oeveren op, dat hij geen communicatiemiddelen heeft. Hij weet niet, dat Someren al voor de aanval van Aardenhout en de zijnen stevig in Duitse handen is. Sergeant Hermans komt met slechts twintig man terug. Al zijn andere mannen zijn krijgsgevangen gemaakt of gevlucht, enkele zelfs staand op de treeplank van een gevorderde auto.

Bij een vuurgevecht op Vaarsel komen die middag enkele Nederlandse maar ook een paar Duitse militairen om het leven. Jan Gielen uit Liessel, die als boerenknecht bij zijn tante in de Hoijserstraat werkt, fietst die middag naar huis. Omdat  Sluis 11 een niet te nemen barrière is, fietst hij terug naar zijn tante. Dat treffen op Vaarsel wordt hem noodlottig, hij is het enige burgerslachtoffer die dag.

Tekst gaat verder onder de afbeelding


Jan Gielen. (Foto: collectie Theo Gielen)

‘s Avonds vanaf 20.00 uur treffen de Duitsers voorbereidingen om bij Sluis 12 de Zuid-Willemsvaart over te steken. Lichtkogels verlichten het hele voorterrein. De vele hier afgemeerde schepen liggen de Nederlandse militairen hinderlijk in de weg, maar de lage ligging van de westelijke oever hier is een onoverkomelijk probleem. Al kunnen ze nog zo goed schieten, ze zullen niemand raken.

Om 23.00 uur wordt de situatie heel precair. Van Haalen beveelt zijn bataljon zo snel mogelijk terug te trekken met achterlating van alle lawaaiige karren en voertuigen. Volgens plan verzamelen ze bij de kerk van Someren-Eind om vandaaruit af te marcheren naar Heeze. De omstandigheden dwingen echter tot een koerswijziging, richting Hamont in dit geval. Ze lopen vast in Leenderstrijp, vanwaar ze na de capitulatie als krijgsgevangenen worden afgevoerd.

Bij de gevechten rond de Zuid-Willemsvaart in mei 1940 sneuvelen 19 Nederlandse militairen. Het aantal Duitse doden is niet bekend, Nederlandse bronnen geven hogere aantallen aan dan de Duitse statistieken. Het aloude gezegde ‘in een oorlog is de waarheid het eerste slachtoffer’ geldt hier ook.

Tags

Gerelateerde nieuwsberichten

Hennepmaterialen aangetroffen in Ommel OMMEL - Tijdens een controleactie van het Peelland Interventie Team (Pit) in Ommel zijn dinsdag materialen aangetroffen die voor het opzetten van een hennepkwekerij worden gebruikt. Pit hield de controleactie... 20 maart 2019 - 15:36
Jonge Astenaar bedreigt agenten ASTEN - Een 20-jarige Astenaar is dinsdagmiddag aangehouden nadat hij enkele agenten met de dood had bedreigd. De man moest sowieso mee naar het bureau, omdat hij nog een celstraf... 20 maart 2019 - 10:33
Première Johnny Banaan HEUSDEN - De humoristische voorstelling Johnny Banaan, gespeeld door de jeugd van Onderling Kunstgenot uit Heusden, ging afgelopen zaterdag in première. In gemeenschapshuis Hart van Heuze gaven dertien jongeren een... 20 maart 2019 - 10:16
Jong talent bij Podium Varendonck ASTEN - Leerlingen van het Varendonck College traden dinsdagavond op tijdens Podium Varendonck op de schoollocatie in Asten. Het werd een gevarieerd programma met veertien optredens met daarin zang, dans... 20 maart 2019 - 10:11
Lezersonderzoek Peelbelang ASTEN – Peelbelang luistert graag naar haar lezers en hun wensen, en heeft daarom een lezersonderzoek opgezet. Zo blijft de redactie op de hoogte van wat u als lezer wel... 15 maart 2019 - 15:08
Leven in een bezet land De Tweede Wereldoorlog woedde in de periode 1940-1944 ook in de Peel. Nu, 75 jaar later, staan we stil bij onze bevrijding. Een jaar lang blikken we in deze rubriek... 15 maart 2019 - 14:16