Anna vertelt … over ziekenverzorging

vrijdag 23 februari 2018 - 12:50|

Anna vertelt … is een verhalenreeks die verzorgd wordt door Hans van de Laarschot van het Anna Ceelen Huis bij het kasteel Asten. Vandaag aflevering 42:.

“Niet alleen de bijnamen van Astenaren – waar ik vorige keer over vertelde - waren me bij het doorlezen van de oude stukken opgevallen, ook de zware tijden die Astenaren doormaakten als er een epidemie uitbrak. Ik bemerkte dat er regelmatig rode loop uitbrak. Er waren jaren dat honderden Astenaren met die ziekte besmet waren. Veel kinderen, ouderen en arme mensen gingen er aan dood. In 1779 stierven wel 250 Astenaren aan de rode loop. De kasteelheren waren daar niet bij. Ze waren toen bijna nooit in Asten en als ze wisten dat er een epidemie heerste, bleven ze zeker in Holland.
Dorpelingen daarentegen hielpen zoveel als ze konden. Die waakten bij zieke mensen en zorgden voor hen. Daar heb ik respect voor. Met gevaar om zelf besmet te worden pasten in 1648 Hendrien Willem Coolen en Adriaan Hoefnagels op de met de rode loop besmette arme Jan Aalbers. Laurens Bruysten deed dat bij Harske Tijs Somers. Jan en Harske zijn aan de loopziekte overleden. De armmeesters van Asten hebben voor ieder een doodskist laten maken. En ook het dorpsbestuur zorgde tijdens zo’n epidemie voor de zieken. Bij de epidemie van 1779 gaven ze meer dan 111 gulden voor alleen al de zieke Astense armen.
De dokters hadden er veel werk aan en de Astense chirurgijn had meerdere keren assistentie nodig van dokters uit de omgeving. Chirurgijn Joannes Sauvé kreeg in 1743 hulp van dokter Ignatius van Dijck uit Gemert. Er waren toen veel mensen ziek in de buurt van het kasteel. Dokter van Dijck was op 9 oktober naar een uithoek van Asten, genaamd Heusden, gegaan en hij bezocht daar verscheidene huizen. Het was gruwelijk wat hij daar aantrof. Veel personen en kinderen waren besmet met de grouwe buikloop. Door hun armoede lagen ze zeer ellendig krank. In de huizen was zo veel stank door de vuiligheid van hun afgang, dat het bijna onmogelijk was om naar binnen te gaan of er lang te blijven. Op 9 en 10 oktober zijn 5 personen overleden aan de ziekte, wist dokter Van Dijck. Een ervan woonde in een andere uithoek, namelijk de Wolfsberg, en een ander in het dorp, waar de ziekte ook was ontstoken. Op 11 oktober is chirurgijn Sauvé met dokter Van Dijck mee naar Heusden geweest. Ze hebben elk huis bezocht. Zeventien huishoudens zijn met de kwaal besmet; soms 2 of 3 personen. Ze constateerden 25 dodelijk besmette zieken en dat in een tijd van 14 dagen al 11 personen overleden waren. De Astense kapelaan Thomas Kocke had in die tijd 16 personen bediend en kende ook nog enkele kinderen onder de 7 jaar die de ziekte hadden.
In 1779 was het de vrouw van Christoffel Milter die in Asten als eerste aan de rode loop overleed. Zij had de ziekte ook naar Asten gebracht. Kort voordat ze ziek werd, was ze naar Nederweert geweest waar ze contact had met de soldaten van de uit Duitsland teruggekeerde Brabantse legertroepen. Binnen 10 dagen waren steeds meer mensen in haar buurt in het dorp besmet en de ziekte verspreidde zich snel naar uithoeken van Someren, Lierop, Vlierden en Deurne. Op order van hogerhand kwam Johannes Hopman uit Den Bosch om in Asten de ziekte in de gaten te houden. Hij zag dat de ziekte begon met enkele lichte afgangen en kramp in de buik, waarna sterke buikpijnen volgden en veelvuldige afgangen, galachtig stinkend en soms bloedend, een beslagen tong, soms hoofdpijn en pijn aan de lenden, dorst, koorts, ongedurigheid, slapeloosheid, verval van kracht, hik en sprouw. Hij kon in elk rapport steeds meer slachtoffers van de ziekte noteren. Zoals ik al zei zijn er veel Astenaren toen aan overleden, maar gelukkig zijn er nog meer genezen. Ook Christoffel Milter genas.
Misschien hebben de ordonnanties die het Astense dorpsbestuur uitvaardigde, geholpen dat er toch zoveel mensen genazen. Zo mocht je niet een huis binnengaan waar de besmettelijke ziekte heerste. Daar stond een boete op van 25 gulden. Mensen, die voor de zieken zorgden, mochten dat natuurlijk wel, zoals Hendrien Willem Coolen, Adriaan Hoefnagels en Laurens Bruysten. Ook mocht men de vuiligheid van de zieke niet op straat werpen. Die moest op het erf diep begraven worden en afgedekt met hete as. De overleden zieke moet stil begraven worden, zonder klokkengelui en niemand mag bij de begrafenis dodenmantels dragen. Het doorgeven van kleding kon weer leiden tot een nieuwe besmetting. Kleren van de aan de rode loop gestorven mensen, werd dan ook verbrand.”

Gerelateerde nieuwsberichten

Anna vertelt … voor de laatste keer Anna vertelt … is een verhalenreeks die verzorgd wordt door Hans van de Laarschot van het Anna Ceelen Huis bij het kasteel Asten. Vandaag aflevering 48: Het kasteel aan strijd... 31 augustus 2018 - 14:11
Anna vertelt … over Jan Back Anna vertelt … is een verhalenreeks die verzorgd wordt door Hans van de Laarschot van het Anna Ceelen Huis bij het kasteel Asten. Vandaag aflevering 47: Nog eens Jan Back’s... 27 juli 2018 - 12:17
Anna vertelt … over aanwinst voor de Peel Anna vertelt … is een verhalenreeks die verzorgd wordt door Hans van de Laarschot van het Anna Ceelen Huis bij het kasteel Asten. Vandaag aflevering 45: Een belangrijke aanwinst voor... 1 juni 2018 - 11:30
Anna vertelt … over de verkiezingen Anna vertelt … is een verhalenreeks die verzorgd wordt door Hans van de Laarschot van het Anna Ceelen Huis bij het kasteel Asten. De voorgaande verhalen zijn te vinden op... 30 maart 2018 - 10:01
Anna vertelt … over de Prins Bernhardstraat Anna vertelt … is een verhalenreeks die verzorgd wordt door Hans van de Laarschot van het Anna Ceelen Huis bij het kasteel Asten. Vandaag aflevering 41: Dat mens met die... 26 januari 2018 - 13:19
Anna vertelt … over een nieuwe preekstoel Anna vertelt … is een verhalenreeks die verzorgd wordt door Hans van de Laarschot van het Anna Ceelen Huis bij het kasteel Asten. Vandaag aflevering 40: Wel een nieuwe preekstoel,... 22 december 2017 - 09:35